is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant Gepubliceerd op 17 juni 2026Leestijd 2 minAls burgers hun nieuwsvoorziening niet meer vertrouwen, verdwijnt de gedeelde werkelijkheid uit zicht en dat is een bedreiging voor de democratie. Herstel van het publieke debat zou bovenaan de politieke agenda moeten staan.De belangstelling voor en het vertrouwen in nieuws is het afgelopen jaar opnieuw afgenomen, concludeert het Commissariaat voor de Media deze week.

Media die naar objectiviteit streven, worden steeds vaker niet vertrouwd. Vooral jongeren denken sneller dat ze niet onafhankelijk opereren, maar worden aangestuurd door politici of andere machthebbers.De daling in het vertrouwen is over de hele wereld zichtbaar.

Een belangrijke reden is de snelle opkomst van nieuwe media. Hierdoor is de hoeveelheid nieuws die wordt verspreid enorm toegenomen, maar vooral ook de hoeveelheid nepnieuws of gekleurd nieuws. Een argeloze gebruiker kan nieuws vaak ook niet zomaar vertrouwen.Nederland scoort van oudsher relatief goed.

Het vertrouwen ligt hier aanmerkelijk hoger dan elders. De onderzoekers zoeken de verklaring vooral in de sterke nieuwsvoorziening van de publieke omroep, of specifieker: de NOS, en de krachtige klassieke nieuwsmerken. Maar ook hier begint het vertrouwen op alle fronten naar zorgelijke niveaus te dalen.Steeds meer burgers keren zich van het nieuws af.

Dat is begrijpelijk – er is vaak eenvoudigweg te veel nieuws, waardoor nieuwsconsumptie eerder tot verwarring dan tot inzicht leidt –, maar ook reden tot grote zorg. Als burgers niet meer hetzelfde nieuws tot zich nemen, verdwijnt de gedeelde werkelijkheid, de gedeelde grond onder de democratie.Burgers gaan steeds meer in hun eigen werkelijkheden leven, die steeds meer verschillen van de werkelijkheden van hun medeburgers.

Het wordt steeds moeilijker om het democratische gesprek te voeren, om compromissen te sluiten ook.Het zal voor de journalistiek ook steeds moeilijker worden om haar corrigerende werk te doen. Als een groeiend deel van de burgers de journalistiek niet meer vertrouwt, kunnen kritische publicaties makkelijker genegeerd worden door mensen met macht.

In de VS is te zien waartoe dat uiteindelijk kan leiden. Donald Trump lijkt immuun te zijn geworden voor kritische journalistiek, omdat zijn achterban zich er niets van aantrekt.Als het vertrouwen in het nieuws blijft dalen, gaat het publieke debat, dat in de eeuwen sinds de verlichting is opgebouwd, kapot.

En als het eenmaal kapot is, laat het zich lastig herstellen, is vaak genoeg in de geschiedenis gebleken. Het is dus zaak daar zuinig op te zijn.Hoe een gezond publiek debat eruitziet, is een continue zoektocht, die loopt via de koffiehuizen in Centraal-Europa, de kranten, later radio en televisie en nu de onlinewereld met haar sociale media, die aanvankelijk een aanwinst leken voor het publieke debat, maar inmiddels zijn ontaard in een plek waar de democratie juist wordt gesloopt.Het zou goed zijn als de politiek het herstel van het publieke debat en daarmee het herstel van een gedeelde werkelijkheid bovenaan de agenda zet.

Belangrijkste complicatie is dat Nederland, net als elk ander land ter wereld, de regels van het onlinedebat grotendeels laat bepalen door de grote Amerikaanse techbedrijven. Die wakkeren met hun algoritmen continu opgewonden verontwaardiging aan, die een normaal gesprek onmogelijk maakt.Het zou helpen als politici om te beginnen tot een gedeelde analyse komen over de destructieve werking van big tech en vervolgens nadenken hoe het publieke debat weer kan worden versterkt en welke rol partijen als de publieke omroep daarin kunnen spelen.Lees ookGeselecteerd door de redactie