Op 12 oktober 2026 heeft een advocaat van een van de beschuldigden in de zaak rond de Cornell 7 een rechter gevraagd om beperkingen op te leggen aan publieke uitlatingen over de procedure. Volgens de advocaat kunnen uitspraken van de raadsvrouw van Jane Doe potentiële juryleden beïnvloeden.
Het verzoek zou volgens de advocaat onder meer nodig zijn omdat de raadsvrouw van Jane Doe verklaringen heeft afgelegd die van invloed kunnen zijn op mensen die later in de jury kunnen plaatsnemen. Het verzoek is ingediend namens een van de beschuldigde mannen; of de rechter er al op heeft gereageerd, was niet direct duidelijk.
Daarnaast stuurde Matthew Ingalls, een van de beschuldigden, een bericht waarin hij zijn medebroeders van zijn studentenvereniging bekritiseerde omdat zij volgens hem na het vermeende incident hun loyaliteit niet toonden.
De zaak, aangeduid als de Cornell 7, draait om een groep beschuldigde mannen en een aangeefster die in de berichtgeving Jane Doe wordt genoemd. Alleen de beperkte details uit de stukken en het gemelde bericht zijn openbaar gemaakt.






