De veiligheid van het Spaanse hogesnelheidsnet staat ter discussie na twee ernstige ongelukken binnen een jaar. Vooral de lijn Madrid–Sevilla, het paradepaardje van het net, staat daarbij in de schijnwerpers.
Spanje was trots toen op 14 april 1992 de eerste hogesnelheidslijn van het land werd geopend: een traject van 470 kilometer tussen Madrid en Sevilla. Sindsdien reisden ongeveer 100 miljoen reizigers over dat traject, dat als comfortabel, snel en goedkoop bekendstaat.
Die staat van dienst wordt nu afgezet tegen twee vreselijke ongelukken in één jaar tijd. Na het ongeluk eerder in 2026 gingen al minder Spanjaarden met de trein, en de centrale vraag luidt hoe veilig de trein nog is. Bijzonderheden over de twee ongelukken, zoals de exacte data, de locaties en het aantal slachtoffers, zijn niet verstrekt.
De discussie draait om een netwerk dat ruim drie decennia lang tot de meest geprezen infrastructuurprestaties van Spanje behoorde, en om de vraag of dat veiligheidsimago nog steeds terecht is.






