Robert E. Hall en Michael Woodford hebben de Nobelprijs voor de economie 2026 gekregen voor onderzoek dat beleidsmakers betere instrumenten geeft om hun economie in evenwicht te houden. Dat maakte het comité op 12 oktober 2026 bekend.

Hall, verbonden aan Stanford University in Californië, en Woodford, verbonden aan Columbia University in New York, worden geëerd voor het ontwikkelen van de "micro-economische fundamenten van macro-economische stabilisatie", aldus het comité. Hun modellen worden gebruikt door centrale bankiers en ministers van Financiën die hun economie willen stabiliseren en langdurige recessies en ontsporende inflatie willen voorkomen.

Volgens het comité zijn beleidsmakers door de inzichten van de twee Amerikaanse economen "beter toegerust om schokken in de economie op te vangen". Het onderzoek laat zien hoe het gedrag en de verwachtingen van individuele huishoudens en bedrijven de bredere economie vormgeven, en biedt zo een kader voor beleidskeuzes die de pieken en dalen van de conjunctuur moeten afvlakken.

Beide laureaten behoren tot de gevestigde namen in de academische economie in de Verenigde Staten, Hall in Stanford en Woodford in Columbia. Hun werk verbindt micro-economische analyse met het beheersen van inflatie, productie en economische schokken — het terrein waarvoor de prijs is toegekend.