De wereldwijde productie van PFAS stijgt in plaats van te dalen, doordat de vraag naar kunstmatige intelligentie toeneemt. De datacenters en microchips die AI aandrijven, kunnen voorlopig niet zonder deze chemicaliën. Of er echt een alternatief bestaat, blijft vooralsnog onduidelijk.

Het vertrekpunt van de discussie is dat PFAS, die als schadelijk worden beschreven, inmiddels zo wijdverspreid zijn dat geen baby meer ter wereld komt zonder deze stoffen in het lichaam. Bedrijven breiden hun productie desondanks uit in plaats van die af te bouwen.

Als belangrijkste oorzaak wordt de opkomst van AI genoemd, die afhankelijk is van infrastructuur waarin PFAS worden gebruikt. Datacenters en microchips worden aangewezen als toepassingen die nog niet zonder deze stoffen kunnen worden gemaakt, waardoor de vraag hoog blijft.

Er zijn geen cijfers, bedrijfsnamen of termijnen bevestigd. Ook is niet duidelijk welke vervangers op grote schaal beschikbaar zijn en hoe overheden en producenten op de verdere uitbreiding zullen reageren. De kernvraag blijft of de technologie achter AI zonder PFAS kan worden gebouwd.