Elke dag overlijdt er iemand die op de wachtlijst voor de geestelijke gezondheidszorg staat. Dat zegt veel over hoe we psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen nog steeds ongelijk behandelen.Herdenkingsplek de Spiegelvijver op het terrein van de politie-academie in Alkmaar is een plek voor die door suïcide zijn overleden.Bron Marcel van den Bergh / de VolkskrantJaarlijks overlijden in Nederland bijna 2.000 mensen door suïcide.
Ruim twee keer zoveel als het aantal verkeersdoden. Achter elk van die sterfgevallen schuilt een tragedie die tientallen anderen raakt: ouders, partners, kinderen, vrienden, collega’s, docenten en hulpverleners die achterblijven met verdriet, vragen en machteloosheid.De meeste mensen die door suïcide overlijden, kampen met een of meer psychische aandoeningen.
Veel van die aandoeningen, zoals een depressie, zijn goed behandelbaar. Psychotherapie, soms gecombineerd met neurobiologische behandelvormen (zoals medicatie, rTMS of ECT), vermindert niet alleen psychische klachten, maar ook suïcidaliteit. Toch krijgt tijdige toegang tot behandeling opvallend weinig aandacht binnen het publieke debat over suïcidepreventie.Dat is een gemiste kans.Maanden wachtenStel dat iemand zich op de spoedeisende hulp meldt met een mogelijk levensbedreigende hartaandoening.
Niemand zou accepteren dat deze patiënt na een medische beoordeling vervolgens maanden moet wachten op behandeling. Voor ernstig suïcidale jongeren en (jong)volwassenen is dat echter nog altijd een realiteit. Elke dag overlijdt er iemand die op de wachtlijst voor de geestelijke gezondheidszorg staat.
Dat verschil zegt veel over hoe we psychische en lichamelijke gezondheidsproblemen nog steeds ongelijk behandelen.Nederland investeert terecht in suïcidepreventie. Er wordt gewerkt aan vroegsignalering, trainingen om signalen te herkennen, veiligheidsmaatregelen op risicolocaties en laagdrempelige hulp.
Deze inspanningen redden levens en verdienen waardering. Maar suïcidepreventie mag niet ophouden bij het voorkomen van een overlijden. De ambitie moet groter zijn: mensen helpen een leven op te bouwen dat weer draaglijk, betekenisvol en hoopvol voelt. Dat vraagt niet alleen crisisinterventie op het moment zelf, maar zeker ook tijdige toegang tot behandeling.Want wat gebeurt er nadat iemand hulp heeft gezocht?Als hulpverleners en onderzoekers zagen wij hoe problematisch de toegang tot passende zorg is.
Terwijl we een grootschalig onderzoek naar tijdige behandelingen voor ernstig suïcidale jongeren en jongvolwassenen uitvoeren (de zogeheten REPAIR-studie), bleek in zestien deelnemende ggz-instellingen dat jongeren met ernstige suïcidaliteit vaak niet of pas na lange tijd terecht konden voor behandeling.
Sommige instellingen moesten tijdelijk stoppen met deelname omdat de wachttijden zo ver opliepen dat nieuwe patiënten niet meer konden worden aangenomen.CrisisdienstWij spraken vele jongeren die eindelijk de moed hadden gevonden om hulp te zoeken en ouders die al maanden probeerden hun kind overeind te houden.
Vaak waren deze jongeren al één of meerdere keren gezien door een crisisdienst. De crisis werd herkend, maar de tijdige behandeling die daarop moest volgen liet erg lang op zich wachten.In veel beleidsstukken lijkt de impliciete aanname dat suïcidepreventie vooral plaatsvindt vóór de verwijzing: iemand moet de signalen herkennen, het gesprek aangaan of hulp zoeken.
Dat is essentieel. Maar wat daarna gebeurt, blijft opvallend onderbelicht. Terwijl juist daar een cruciale schakel ontbreekt.Een passende behandeling is niet iets wat ná suïcidepreventie komt. Het is suïcidepreventie.Toegang tot zorg wordt vaak besproken als een organisatorisch probleem: te weinig behandelaren, te veel vraag, ingewikkelde financiering en personeelstekorten.
Dat zijn reële uitdagingen. Maar wanneer mensen overlijden terwijl zij wachten op hulp, is wachttijd niet alleen een logistiek vraagstuk. Dan is het ook een vraagstuk van levensreddende zorg. Dat het ministerie juist nu het aantal opleidingsplekken voor gz-psychologen tegen de adviezen in drastisch wil terugbrengen, is dan ook een zorgelijk bericht.Toegang tot passende behandelingen verdient een veel prominentere plaats binnen suïcidepreventiestrategieën.
Waarom is wachttijd geen centrale kwaliteitsindicator binnen suïcidepreventie? Waarom weten we zo weinig over wat er met mensen gebeurt tijdens lange wachtperiodes? En waarom is tijdige inzet van behandeling nog zo vaak uitzondering in plaats van standaard?Geen luxeEr bestaan helaas geen eenvoudige oplossingen voor de problemen in de ggz.
Maar we kunnen wel erkennen dat snelle toegang tot behandeling voor ernstig suïcidale mensen geen luxe is, maar een noodzakelijke voorwaarde voor goede zorg.We moeten oppassen dat we succes niet definiëren als het moment waarop iemand eindelijk in beeld is gekomen.
Want hulp zoeken is geen eindpunt. Het is het begin. De vraag is niet alleen hoe we voorkomen dat iemand overlijdt, maar ook hoe we iemand helpen om weer een leven op te bouwen dat de moeite waard is om te leven.Zolang er mensen overlijden terwijl zij wachten op behandeling, is er nog werk te doen.
Niemand die een ernstig risico loopt om te overlijden, zou in onzekerheid moeten afwachten of en wanneer passende zorg beschikbaar komt.Misschien ligt daar wel de belangrijkste volgende stap in suïcidepreventie.Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie.
Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.Lees ookGeselecteerd door de redactie



