Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam – dat vandaag wordt toegelicht aan de Tweede Kamer – schetst een gemengd beeld van lgbtiq+-acceptatie onder jongeren. Ook laat het zien dat er bij deze leeftijdsgroep geen sprake is van een massale afname van homoacceptatie, wat contrasteert met eerder onderzoek.
Zo signaleerde de Gezondheidsmonitor Jeugd uit 2023 van de GGD Amsterdam een sterke afname van lgbtiq+-acceptatie. In debatten naar aanleiding van het GGD-onderzoek verwezen de VVD en de BBB geregeld naar jongeren met een migratieachtergrond als reden voor de toenemende homofobie in Nederland.
Het leidde tot Kamervragen van beide partijen. Een meerderheid van de Kamer stemde voor nieuw onderzoek. Nikki Dekker, die namens de Universiteit van Amsterdam aan dat onderzoek meewerkte en de resultaten vandaag presenteert (toevalligerwijs in de Pride-maand juni), is gespecialiseerd in polarisatie onder jongeren.
Hoe staat het er volgens jullie voor? ‘Er is geen eenduidige ontwikkeling waarbij jongeren massaal minder accepterend worden naar lgbtiq+-personen. Onder Nederlandse jongeren zien we een breed spectrum aan opvattingen – zowel progressief als conservatief. ‘We hebben een reeks stellingen aan 31 duizend jongeren voorgelegd en hun antwoorden gecategoriseerd.
Daaruit komen zowel progressieve als conservatieve denkbeelden naar voren. Zo was 41 procent het in zekere mate oneens met de stelling ‘iedereen is gelijkwaardig, ongeacht op wie je verliefd wordt’. Dat is een fors percentage. Is dat meer dan enkele jaren geleden? ‘Gemiddeld genomen zien we tussen 2022 en 2024 een kleine verschuiving richting conservatievere opvattingen.
Om een goed beeld te krijgen, is het zinvoller om naar andere factoren te kijken dan een tijdsbestek van een paar jaar. Wij hebben vooral demografische kenmerken van jongeren in kaart gebracht. Denk aan gender, leerweg, godsdienst, conservatisme en migratieachtergrond.
Daaruit kwamen gender, godsdienst en conservatisme naar voren als de belangrijkste factoren. ‘Homoacceptatie is een complex fenomeen. Als het in het publieke debat over lgbtiq+-acceptatie gaat, wordt er vaak gekeken naar één kenmerk. Bijvoorbeeld: ‘Jongeren met een migratieachtergrond zijn minder accepterend.’ Ons onderzoek laat zien dat dit niet klopt.
We vonden geen algemene verschillen in de lgbtiq+-opvattingen tussen de groep met en de groep zonder een migratieachtergrond. De politiek wil graag een specifieke groep aanwijzen waar ze zich op kan richten. Dat werkt hier niet. ‘Een belangrijke factor is hoe conservatief iemand is.
We zien dat jongeren die op veel andere vlakken eveneens conservatief zijn, bijvoorbeeld op het gebied van politiek, ook minder accepterend zijn naar de lgbtiq+-gemeenschap.’ Als conservatisme samenhangt met homofobie, kunnen we dan niet stellen dat ook delen van de BBB- en VVD-achterban minder accepterend zijn? ‘Grappig dat je dat zegt.
Hier hebben wij het als onderzoeksgroep ook over gehad. Je uitspraak klopt. Conservatieve partijen


