Op 11 augustus 2026 wordt de kersverse Colombiaanse president Abelardo de la Espriella geconfronteerd met zijn eerste grote crisis: een zware aardbeving treft een afgelegen deel van het land waar guerrillagroepen veel invloed hebben. De ramp komt kort nadat de rechtse leider aantrad met beloften van harde veiligheidsmaatregelen.
De president heeft nauwelijks politieke ervaring en zegt een einde te willen maken aan de burgeroorlog met grof geweld. Zijn veiligheidsagenda kan volgens Nederlandse media-uitzendingen botsen met de noodzakelijke reddingsacties in moeilijk toegankelijk gebied.
Het getroffen gebied is juist een regio waar zijn gewapende tegenstanders sterk staan, wat de hulpverlening bemoeilijkt. De aardbeving dwingt De la Espriella om zijn geplande veiligheidsoffensief tijdelijk opzij te zetten en zich te richten op de noodhulp in vijandig terrein.






