Nederlanders vinden dat kunstmatige intelligentie te snel een plaats inneemt in de samenleving. Hun zorgen lopen uiteen van nepnieuws en privacy tot banenverlies en milieuschade, zo blijkt op 24 oktober 2026.
De ongerustheid beperkt zich niet tot één onderwerp. Genoemd worden de verspreiding van desinformatie, de omgang met persoonsgegevens, het risico dat mensen hun werk verliezen doordat systemen taken overnemen, en de energie- en materiaalbelasting die AI-technologie voor het milieu oplevert. Bij elkaar geeft dat het gevoel dat de techniek sneller komt dan de samenleving de gevolgen kan afwegen.
Een deel van de zorg gaat over de vraag wie de techniek in handen heeft. Een geïnterviewde stelt dat AI „in handen van de Maga-kliek” is. Daarmee wordt de discussie niet alleen over de technologie zelf gevoerd, maar ook over de politieke krachten die bepalen hoe zulke systemen worden gebouwd en ingezet.
Anderen beschrijven een stiller, alledaags effect. „Mensen om me heen lijken steeds dommer te worden,” zegt een van hen. Die opmerking weerspiegelt de vrees dat mensen steeds afhankelijker worden van automatische antwoorden en dat zelfstandig oordelen daardoor verzwakt.






