Een moeder uit Brasschaat, bij Antwerpen, heeft het telecombedrijf Proximus opnieuw voor de rechter getroffen in een geschil over de weigering om de iPhone van haar overleden zoon terug te nemen. De zaak diende op 27 oktober 2026, met E.W. tegenover de operator over een toestel dat zij wilde inleveren.

E.W. probeerde de opgelopen telefoonschuld van haar zoon te verlagen door zijn iPhone in te leveren. Proximus neemt geen tweedehands iPhones terug, waardoor het toestel niet kon worden gebruikt om de rekening te verlagen. Zij staat daardoor met lege handen, terwijl de schuld zelf onderwerp van het geschil blijft.

Het meningsverschil is bij de rechter beland en 27 oktober was niet de eerste zitting: E.W. en het telecombedrijf stonden eerder al tegenover elkaar in deze procedure. De hoogte van de schuld, de precieze vorderingen en de uitkomst van eerdere zittingen worden niet vermeld.

Ook is niet bekend hoe de rechter zal beslissen of hoe Proximus reageert op het standpunt van de moeder. Centraal staat de vraag of de operator verplicht kan worden het ingeleverde toestel te aanvaarden in het kader van de schuld; die vraag is nog niet beslecht.