Het debat over het verbod op ‘homogenezing’ is een sterk staaltje identiteitspolitiek, waarbij de uitersten in het politieke landschap garen spinnen. De initiatiefnemers eisen hun overwinning op, terwijl de SGP op sociale media uitroept: ‘Hier werken wij niet aan mee.’ Zowel uitgesproken voor- als tegenstanders van het wetsvoorstel staan echter eenzijdig in de wedstrijd.

De voorstanders hebben nergens overtuigend kunnen aantonen dat hun initiatiefwet daadwerkelijk nodig is. Concrete voorbeelden van ‘homoconversietherapie’ zijn vaak gedateerd, en speelden zich af in de krochten van buitenissig christendom. Dat maakt het niet minder kwalijk, maar het is de vraag of een speciale wet nodig is als dwang en intimidatie al strafbaar zijn.