Een wereldbol met een diameter van ongeveer 76 centimeter (30 inch) die volgens overleveringen door Dwight D Eisenhower werd gebruikt bij de planning van de landing in Normandië is beschadigd geraakt nadat medewerkers van de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth hem naar zijn kantoor in het Pentagon probeerden te verhuizen. Dat hebben legerfunctionarissen bevestigd.

Volgens die functionarissen probeerden de medewerkers van Hegseth het kwetsbare, vooroorlogse object zelf te verplaatsen in plaats van dat aan specialisten over te laten, waarbij het werd laten vallen. Op 22 oktober 2026 gepubliceerde foto's toonden de beschadigde wereldbol, aldus The Washington Post, die als eerste over de schade berichtte.

De bol wordt als onbetaalbaar en historisch waardevol beschreven: Eisenhower, later de 34e president van de Verenigde Staten, zou hem hebben gebruikt toen hij als geallieerd opperbevelhebber in de Tweede Wereldoorlog diende, onder meer bij de voorbereiding van de landing in Normandië. Over de schade bestaan uiteenlopende beschrijvingen: zowel van een versplinterd object als van een gat dat in het oppervlak is geslagen.

Noch het Pentagon noch het kantoor van Hegseth heeft een gedetailleerde publieke toelichting op het incident gegeven, en de bronnen vermelden niet precies wanneer de verhuizing plaatsvond. Het is vooralsnog onduidelijk of en welk restauratie- of conserveringswerk aan de wereldbol wordt uitgevoerd.