Een ouder echtpaar leende zijn camper uit aan een bevriende vrouw, zodat haar zoon erin kon slapen. Na het overlijden van de man wilde zijn familie het voertuig terug en stapte daarvoor naar de rechter. Dat verzoek strandde in een kort geding in de week voor 19 oktober 2026, blijkt uit berichtgeving van De Stentor en Tubantia.
De uitleen werd tijdens de zitting neergezet als een vriendendienst, niet als verhuur of zakelijke overeenkomst. Nadat de man was overleden, wilden zijn nabestaanden de camper terug hebben, maar de bevriende vrouw gaf het voertuig niet af. Daarop zocht de familie via een kort geding een snelle uitspraak van de rechter.
De rechter willigde het verzoek niet in. Wie de camper en de sleutels terug wil, moet zich volgens de uitspraak tot de juiste partij richten; op dat punt ging het in de procedure mis, aldus de berichtgeving.
Uit de verslagen blijkt niet of de familie een nieuwe juridische procedure tegen een andere partij overweegt, en ook niet waar de camper zich momenteel bevindt.






