De familie van Renée Good, de 37-jarige vrouw die op 7 januari 2026 in Minneapolis door een agent van de immigratiedienst ICE werd doodgeschoten, klaagt de regering-Trump, federale agenten en federale functionarissen aan. De burgerlijke rechtszaak richt zich zowel tegen de Amerikaanse overheid als tegen de betrokken agenten.

Volgens verschillende Amerikaanse media zijn er twee burgerlijke klachten ingediend. De familie stelt dat ICE-agenten nalatig hebben gehandeld en de burgerrechten van Good hebben geschonden. Onder de genoemde agenten is Jonathan Ross, die de schoten loste waardoor de moeder van drie kinderen om het leven kwam. De familie laat weten dat de dood “geen ongeluk” was, waarmee ze de officiële lezing van het schietincident betwist.

Kort na het incident zeiden de autoriteiten en het kabinet-Trump dat Good had geprobeerd met haar auto op ICE-medewerkers in te rijden voordat ze werd neergeschoten. Die lezing werd sterk betwist, onder meer omdat er beeldmateriaal van het voorval bestond. Haar dood werd in de Verenigde Staten een symbool van de harde aanpak van de immigratiedienst onder het migratiebeleid van president Donald Trump.

De dood van Good leidde in januari tot grote protesten tegen ICE, en in verschillende Amerikaanse steden gingen mensen de straat op. Niet veel later werd ook Alex Pretti gedood door overheidsbeambten, in dat geval door federale agenten van de grenspolitie en de douane. Ook dat voorval leidde tot brede kritiek en nieuwe protesten.