„Het is waterstof”, wijst directeur Koos-Jan van Brouwershaven op deze verpakte, doorgaans zeer vluchtige energiedrager. „Maar zoals wij het maken, kun je het droog als poeder veilig gewoon in een zak vervoeren. Het is veel veiliger dan waterstof in gasvorm.” Het idee werd zo’n tien jaar geleden uitgewerkt door het bedrijf H2Fuel, gedreven door de inmiddels overleden Rob de Kraa, de vermogende ondernemer die het surfkledingmerk O’Neill in Nederland groot maakte.

Door de fusie met HydroFlexx is de uitvoering met de theorie praktisch samengevoegd, zegt commercieel directeur Sander Castel.BezienswaardigheidOp de recente waterstofbeurs in Rotterdam was de poedervondst een bezienswaardigheid. Naarmate het elektriciteitsnet vaker tegen grenzen aanloopt, met jarenlange wachtlijsten voor bedrijven, zoeken ondernemers naar minder traditionele vormen als uitweg om maar aan energie te komen.

H2EASY, een gepatenteerd poeder dat waterstof opslaat. © Eigen foto„In 2024 was er in Nederland al drie terawattuur overcapaciteit aan stroom”, zegt de voormalige ceo van Heerema Marine Contractors. Dat is net zoveel stroom als 1,2 miljoen huishoudens verbruiken. „Wij kunnen die overtollige energie dankzij het eigen patent chemisch omzetten in waterstof, die opslaan in poedervorm en later, wanneer nodig, weer gebruiken op plekken waar energie nodig is.

Dat kan op een bouwplaats zijn, bij datacenters of op een schip.” Fikse investeringAnders dan bij traditionele waterstof zijn er geen zware tanks onder hoge druk of extreem lage temperaturen nodig. Wat vaak samen gaat met fikse investeringskosten. „Onze vaste waterstof met water verdubbelt de hoeveelheid waterstof die eerst in het poeder zat”, stelt Castel.

De onderneming stelt dat een standaard zeecontainer met dit poeder evenveel waterstof kan ’uitpakken’ als negen vrachtwagens met traditionele waterstoftanks. „Die eenvoud spreekt bedrijven aan”, zegt Van Brouwershaven. Op schipEen installatie met dit poeder wordt vanaf september ingezet op de Neo Orbis, een schip van het Havenbedrijf Amsterdam. „Het voordeel is dat deze vorm van waterstof volgens ons zeer veilig is.

Het heeft een zelfontbrandingstemperatuur pas bij meer dan 400 graden Celsius.” Eind dit jaar moet een volledige prototypemachine draaien. Van Brouwershaven: „Het chemische proces is bewezen, de productie in het lab ook, maar investeerders willen het, heel begrijpelijk, altijd eerst even met eigen handen kunnen aanraken.

Dat is de volgende stap.”ConcurrentieDe kosten zijn, zoals bij veel waterstofprojecten, nog hoog, erkent de ondernemer. „Maar met de huidige schaalvergroting van de productie verwachten we binnen twee jaar het punt te bereiken waarop dit poeder kan concurreren met andere vormen van energie.”Dit is een artikel uit de rubriek ’Pionier’.

Ook je innovatieve idee delen? Mail je verhaal met naam en telefoonnummer naar ondernemen@dft.nl.Eerder verschenen: