Een voormalige studente van Cornell University zegt dat de president van de universiteit twijfelde aan haar aanklacht wegens groepsverkrachting. Dat staat in een brief aan de Faculty Senate waarover op 20 oktober 2026 werd bericht, in de aanloop naar een stemming van wantrouwen tegen hem.
De brief is afkomstig van de voormalige studente, die bekendstaat als Jane Doe, en werd vóór de stemming naar de faculteitssenaat gestuurd. Daarin zei ze zich "niet gesteund" te voelen nadat ze had gehoord over een uitwisseling tussen de president van de universiteit en haar sorority-zus.
Cornell betwist haar lezing van dat gesprek en noemt de weergave van de reactie van de president "onjuist". De controverse draait om wat de president in die uitwisseling zou hebben gezegd; volgens de voormalige studente voelde zij zich daardoor in de steek gelaten door de universiteit.
De brief verschijnt terwijl de faculteit zich voorbereidt op een stemming van wantrouwen tegen de president van Cornell, wat vragen oproept over zijn positie aan het hoofd van de universiteit.






